Reinigings- en onderhoudsvoorschriften

A. Reiniging en onderhoud

De levensduur van een gepoedercoat object wordt negatief beïnvloed door vuil en vocht door inwerking van zuren, zouten en andere agressieve stoffen. Daarom is tijdig reiningen voor behoud van de levensduur noodzakelijk.

De reinigingsfrequentie wordt met name bepaald door de mate van vuilbelasting van de gecoate objecten.

Belastende factoren zijn:

  • Ligging aan de kust (zout neerslag)
  • Ligging direct boven het maaiveld (opspattend vuil)
  • Plaatsing van objecten langs openbare wegen (strooizout)
  • Stedelijk gebied (uitstoot verbrandingsgassen)
  • Industriële omgeving (uitstoot chemicaliën, rookgassen, ertsstof)
  • Verkeer (zwavelverbindingen, stikstofverbindingen, stofdeeltjes van remvoeringen, ijzer- en koperdeeltjes van railverkeer)
  • Overdekte gebieden (geen beregening)
  • Bevuiling door dieren (honden, katten, vogels)

Indien er sprake is van één of meer van deze belastende factoren spreken we van een verhoogde belastingsfactor. In alle andere gevallen van een normale belastingsfactor.

De mate waarin het gecoate oppervlak al dan niet in combinatie met het overliggende substraat kan worden aangetast door bovenstaande factoren is afhankelijk van:

  • Het type substraat
  • Het type oppervlaktebehandeling
  • De applicatie
  • De ernst en de duur van de belastende factoren

Het is daarom van belang dat aan de hand van tijdige inspectie de reinigingsmomenten worden vastgesteld en zonodig de reinigingsfrequentie wordt bijgesteld. Bij deze inspectie moet met name gekeken worden naar de graad en de aard van de vervuiling en naar de aanwezige belastende factoren. De praktijk wijst uit dat een goed behandelde oppervlakte bij tijdige reiniging zeer lang zijn beschermende en esthetische eigenschappen behoudt.

De hieronder aangegeven reinigingsfrequentie kan gezien worden als een indicatie. Op basis van bovengenoemde factoren moet de reinigingsfrequentie eventueel bijgesteld worden.

B. Reiniging

Bij normale belasting dient de coating jaarlijks tenminste 2 maal gereinigd te worden. Bij een verhoogde belastingsfactor dient men de objecten tenminste 3 maal per jaar te reinigen. Voor projecten in de onmiddellijke nabijheid van openbare wegen geldt dat onmiddellijk na het strooiseizoen één van de reinigingen moet plaatsvinden om het strooizout te verwijderen.

C. Reinigingsmiddelen

Voor al de te gebruiken reinigingsmiddelen geldt dat deze de toegepaste materialen en hun oppervlaktebehandeling niet mogen beschadigen of aantasten. Alleen het gebruik van neutrale middelen met een pH-waarde tussen 6 en 8 zijn toegestaan. Daarbij mogen deze middelen niet krassen. Het reinigen met gebruikmaking van staalwol, schuurpapier, oplosmiddelen en dergelijke is eveneens niet toegestaan. Reinigen met een hogedrukinstallatie kan schade veroorzaken.

Bij lichte verontreinigingen van het gepoedercoate oppervlak is het te adviseren om dezelfde middelen toe te passen als voor de reiniging van glas noodzakelijk is. Hierbij moeten de hierboven genoemde aanwijzingen in acht worden genomen. Er dient altijd royaal nagespoeld te worden met water.

Voor het verwijderen van hardnekkige vervuiling moeten speciale voor dit doel ontwikkelende producten worden gebruikt. Vervuiling door graffiti (verfspuitbussen/viltstiften) zijn soms zeer moeilijk verwijderbaar. Sterke oplosmiddelen zoals aceton, thinner, reinigingsmiddelen op alcohol basis, M E K. enzovoort mogen niet toegepast worden. Deze producten tasten de laklaag aan.

Download

Download hier de pdf van de reinigings- en onderhoudsvoorschriften